| S Q U A S
H DE REGELS VOOR HET ENKELSPEL 7. CONTINUITEIT VAN HET SPEL Na de eerste service dient de wedstrijd, voor zover dat praktisch mogelijk is, onafgebroken door te gaan, zij het dat: 7.1 het spel elk moment onderbroken mag worden vanwege onvoldoende licht of andere omstandigheden, waaraan de spelers niets kunnen doen, voorzolang de scheidsrechter dit nodig acht. De score van dat moment blijft gehandhaafd. Als er een andere baan beschikbaar is, wanneer de oorspronkelijke baan onbruikbaar blijft, dan mag de wedstrijd verplaatst worden wanneer beide spelers het daarover eens zijn of wanneer de scheidsrechter daartoe besluit. Als de wedstrijd niet diezelfde dag wordt voortgezet, dan blijft de score gehandhaafd, tenzij beide spelers overeenkomen de wedstrijd van voren af aan te beginnen. 7.2 Tussen het eind van het inslaan en het begin van de eerste game en tussen alle games wordt een pauze van negentig seconden toegestaan. De spelers mogen de baan verlaten tijdens die pauzes, maar moeten gereed zijn om het spel te hervatten voor het einde van die pauze van negentig seconden. Wanneer beide spelers het daarover eens zijn mag het spel eerder dan het verstrijken van de negentig seconden worden hervat. R1 7.3 Wanneer een speler de scheidsrechter ervan overtuigt dat een wisseling van zijn uitrusting, kleding of schoeisel noodzakelijk is, dan mag de speler de baan verlaten. De speler moet deze wisseling zo snel mogelijk uitvoeren en de scheidsrechter dient hem daartoe maximaal negentig seconden toe te staan. 7.4 Wanneer er nog 15 seconden van een toegestane pauze van 90 seconden resteren, dan dient de scheidsrechter "Fifteen seconds" (of "Vijftien seconden") te roepen om de spelers aan te geven dat ze klaar moeten gaan staan om het spel te hervatten. Aan het eind van deze pauze dient de scheidsrechter "Time" (of "Tijd") te roepen. Dit alles zal hardop geroepen moeten worden. Het is de verantwoordelijkheid van de spelers om zich binnen gehoorsafstand van de scheidsrechter te bevinden om het roepen van "Fifteen seconds" (of "Vijftien seconden") en "Time (of "Tijd") te kunnen horen. * Kanttekeningen voor de scheidsrechter A. Als één van de spelers niet klaar staat om het spel te hervatten wanneer "Time" (of "Tijd") geroepen wordt, dan dient de scheidsrechter de bepalingen van Regel 17 toe te passen. B. Als geen van beide spelers klaar is om het spel te hervatten wanneer "Time" (of "Tijd") geroepen wordt, dan dient de scheidsrechter op beide spelers de bepalingen van Regel 17 toe te passen. R2 7.5 Als een speler ziek wordt of zich blesseert, dan heeft de speler de keuze om met het spel door te gaan of de game op te geven of de wedstrijd op te geven. Als de speler de game opgeeft, behoudt de speler de punten die de speler al gescoord had en dient de speler na het einde van de toegestane pauze van negentig seconden de wedstrijd te hervatten of de wedstrijd op te geven. Als er bij dit lichamelijk ongemak of de blessure zichtbaar bloed vloeit, is het de speler niet toegestaan het spel voort te zetten of te hervatten. De speler dient in deze situatie de baan te verlaten, maar hoeft op dat moment de game niet op te geven. Als de speler het spel wil hervatten, dan dient de scheidsrechter het lichamelijk ongemak of de blessure te beoordelen alsof de speler zichzelf blesseerde en conform de bepalingen van Regel 16.2 te handelen. 7.6 In het geval van een blessure bij een speler dient de scheidsrechter de bepalingen van Regel 16 toe te passen. R3 7.7 De scheidsrechter dient de bepalingen van Regel 17 toe te passen, wanneer een speler naar de mening van de scheidsrechter het spel zonder reden vertraagt. Een dergelijke vertraging van het spel kan worden veroorzaakt door:
R4 7.8 In het geval een voorwerp, behalve het racket van een speler, op de vloer van de baan valt terwijl er een rally aan de gang is, dan zijn de volgende bepalingen aan de orde : 7.8.1 Als de scheidsrechter een gevallen voorwerp opmerkt, dan dient de scheidsrechter het spel onmiddellijk te onderbreken. 7.8.2 Als een speler een gevallen voorwerp opmerkt, mag de speler het spel stoppen en om een let vragen. 7.8.3 Als een voorwerp van een speler valt, dan verliest die speler de rally, tenzij de bepalingen van Regel 7.8.5 van toepassing zijn, of tenzij een en ander een gevolg is van een botsing van de spelers. In dat laatste geval dient een let te worden toegestaan, behalve wanneer er om een let wegens hinderen gevraagd wordt. In dat geval dient de scheidsrechter de bepalingen van Regel 12 toe te passen. 7.8.4 Als het voorwerp dat op de vloer van de baan valt niet van een van de spelers komt, dient een let te worden gegeven tenzij de bepalingen van Regel 7.8.5 van toepassing zijn. 7.8.5 Als een speler duidelijk een winnende slag heeft geslagen op het moment dat er een voorwerp op de vloer van de baan valt, dient de rally aan de speler toegekend te worden. 7.8.6 Als een speler een racket op de vloer van de baan laat vallen dient de scheidsrechter het spel door te laten gaan, tenzij de bepalingen van Regels 12, 13.1.1, 13.1.3 of 17 van toepassing zijn.
|