S Q U A S H 

DE REGELS VOOR HET ENKELSPEL


19. DE TAKEN VAN DE MARKER

19.1 De marker dient het spel aan te kondigen, gevolgd door de score, waarbij hij de punten van de serveerder het eerst roept. De marker dient "Fault" (of "Fout"), "Foot fault" (of "Voetfout"), "Not up", "Down", "Out" (of "Uit"), "Hand out" en "Stop" te roepen als dat van toepassing is en de beslissingen van de scheidsrechter te herhalen.

R19 19.2 Als de marker iets roept, dan dient de rally te stoppen.

* Kanttekening voor de marker
Als de marker iets niet kan zien of onzeker over iets is, dan dient hij niets te roepen.

19.3 Wanneer het spel stopt en de marker heeft iets niet gezien of is ergens niet zeker van, dan informeert de marker de spelers en vraagt de scheidsrechter om diens beslissing daarover; als de scheidsrechter er niet zeker van is, dan dient een let te worden toegekend.

R20 * Kanttekeningen voor de marker

Markers moeten algemeen geaccepteerde bewoordingen gebruiken, ook als de rally afgelopen is (Aanhangsel 2.2).


Designed by InterNet Design