S Q U A S H 

DE REGELS VOOR HET ENKELSPEL


4. HET SERVEREN

4.1 Het recht als eerste te serveren wordt beslist door het draaien van een racket. De serveerder gaat door met serveren tot hij een rally verliest, waarna de tegenstander zal moeten serveren. Zo gaat het de gehele wedstrijd door. Aan het begin van de tweede en elke volgende game zal de winnaar van de voorafgaande game moeten serveren.

4.2 Aan het begin van elke game en bij het begin van zijn servicebeurt mag de serveerder kiezen vanuit welk serveervak te gaan serveren. De serveerder zal daarna, zolang hij punten maakt, bij de volgende service van serveervak moeten wisselen. Als een rally echter in een let eindigt, dan moet er weer geserveerd worden vanuit hetzelfde serveervak.

* Kanttekening voor de marker/scheidsrechter

Indien het ernaar uitziet dat de serveerder vanuit het verkeerde vak wil gaan serveren, of wanneer één van de spelers niet lijkt te weten wat het juiste vak is, dan moet de marker aan de serveerder aangeven wat het juiste vak is. Als de marker daarbij een fout maakt of als er onenigheid over is, zal de scheidsrechter beslissen wat het juiste serveervak is.

4.3 Om de service correct uit te voeren dient de speler met de hand of met het racket de bal te laten vallen of op te gooien alvorens de bal te slaan. Wanneer de speler, na de bal te hebben laten vallen of te hebben opgegooid, geen poging doet om de bal te slaan, dan dient de speler een nieuwe poging te doen om te serveren.

4.4 De service is fout en de serveerder verliest de rally, wanneer:

4.4.1 de bal, na losgelaten of opgegooid te zijn, de muren, de vloer of het plafond, of objecten die aan de muur of het plafond hangen raakt voor de bal geslagen wordt. De marker roept dan "Fault" (of "Fout").

4.4.2 de serveerder niet met ten minste één voet contact houdt met de vloer binnen het serveervak zonder met die voet de lijnen van het serveervak te raken op het moment dat hij de bal slaat. (Een deel van die voet mag zich boven de lijn bevinden, maar mag de lijn niet raken.) De marker roept dan "Footfault" (of "Voetfout".)

4.4.3 de serveerder een of meer pogingen doet de bal te slaan, maar daarbij de bal mist. De marker roept dan "Not up".

4.4.4 de bal niet correct geslagen wordt. De marker roept dan "Not up".

4.4.5 de bal uit geserveerd wordt. De marker roept dan "Out" (of "Uit").

4.4.6 de bal tegen enig andere muur van de baan eerder dan de voormuur wordt geserveerd. De marker roept dan "Fault" (of "Fout").

4.4.7 de bal op de vloer of op of onder de servicelijn op de voormuur geserveerd wordt. De marker roept dan "Fault" (of "Fout") als de bal op of onder de servicelijn op de voormuur komt. Wanneer de bal daarbij de tin of de vloer raakt dan roept de marker "Down".

4.4.8 de bal, tenzij die door de ontvanger gevolleerd werd, bij de eerste stuit op de vloer op of buiten de lijnen van het tegenover het serveervak liggende achtervak komt. De marker roept dan "Fault" (of "Fout").

4.5 De serveerder mag niet serveren voor de marker de stand heeft afgeroepen.

* Kanttekening voor de marker/scheidsrechter

De marker moet het spel niet vertragen door het afroepen van de stand. Wanneer echter de serveerder serveert, of dat probeert, voor de stand volledig is afgeroepen, dan dient de scheidsrechter het spel te stoppen en van de serveerder te verlangen dat hij wacht tot het afroepen van de stand voltooid is.


Designed by InterNet Design